Thais is, evenals het Chinees, een toontaal. Dit betekent dat een woord een andere betekenis krijgt, door het op verschillende manieren (met verschillende toonhoogtes) uit te spreken. Dit is voor veel Nederlanders even wennen, maar daarentegen is de grammatica eenvoudig in vergelijking met veel Europese talen.
Hieronder vind je enkele veel voorkomende Thaise woorden die tijdens je vakantie van pas kunnen komen.
Handige Thaise woordjes
Goedendag = Sawadee
Eten = Than Ahaan
Drinken = Duem Naam
Ontbijt = Ahaan Chao
Lunch =Ahaan Tiang
Diner = Ahaan Yen
Koffee = Kafee
Thee = Cha
Melk = Nom Chuet
Suiker = Naam Taan
Dank u = Khop Khoen
Proost = Chok Dee
Ga naar = Pai
Recht door = Throng Pai
Rechts af = Liouw Kwa
Links af = Liouw Sai
tot 10 tellen
1 = Nung
2 = Song
3 = Sam
4 = Sie
5 = Ha
6 = Hok
7 = Tjet
8 = Pet
9 = Kao
10 = Sip



